Blog

Lessen uit de sport: de trainer/coach

Met een achtergrond in sport deel ik graag mijn ervaring en de lessen die ik leerde. In de periode dat ik intensief volleybal speelde had ik niet door wat de lessen waren die ik leerde uit de sport. Lessen die uiteindelijk mijn aanzet blijken in het vinden van mijn 'WHY' om te coachen en laten coachen!

5 juni 2020

de 10.000 uur regel

Dit is een bekend uitgangspunt wanneer je ergens goed in wilt worden. Uit een onderzoek, verricht in 1993*, komt de regel dat je minimaal 1000 uur training nog hebt om ergens goed in te worden. En 10.000 uur training om ergens geweldig in te worden!

Op het volleybalveld trainde ik ongeveer 5400 uur (20 jaar x 45 weken per jaar x gem. 3x per week 2 uur). Uitgaande van de theorie was ik goed, maar niet geweldig! 

De rol van de coach in de sport

Alleen met veel uren maken, blijft de kans klein dat je geweldig wordt. Coaches en trainers zijn niet uit de sport weg te denken. Hoe hoger het niveau, hoe meer coaches. En hoe meer coaches, hoe hoger het niveau. Kort door de bocht gaat het in sport hierom: In de sport staat winnen centraal. Om te winnen moet je beter zijn dan de ander. Je wint door een combinatie van inzet, hard trainen en talent. Dit was ook altijd mijn motivatie.

Door te trainen, te investeren in uren, kom je elke keer dichter in de buurt van de 10.000 uur. In de sport is er de trainer/coach die daar, naast uren maken, nog wat aan toevoegt. Tactiek, teambuilding en beter maken van het individu. Door middel van observatie, reflectie en support.

sport: Observatie, reflectie en support

Je bekijkt continue de facetten van het spel waarin je kan verbeteren. De observatie wordt tegenwoordig ook nog onderbouwd met data en analyses.

Verbeter je kwaliteiten

Van al mijn coaches heb ik veel geleerd. Maar één coach maakte het verschil tussen goed en geweldig. Een team van twaalf individuen, professionals, allemaal ruim de 1000 uren grens gepasseerd. Hij zorgde samen met de andere leden van de staf ervoor dat dit team zich ontwikkelde tot een zeer goed op elkaar ingespeeld team. Een team dat zeker niet de beste spelers had van de competitie, maar wel een team was en uiteindelijk promoveerde naar de ‘eredivisie’.

Door de bijna dagelijkse training was ik continue aan het verbeteren. Werd ik gewezen op mijn kwaliteiten en mijn mindere punten. Kreeg ik tips en adviezen van coaches die er verstand van hadden, ervoor hadden geleerd en me vaak voor waren gegaan op dat niveau. Bovenal wezen ze me op de punten waar ik zelf nog geen weet van had.

Wat deze trainer nog toevoegde: Focus op waar je goed in bent. Hij zorgde ervoor dat iedere individu zich kon richten op de punten waar zijn kwaliteiten lagen. Hij zorgde dat waar je goed in was, je beter in werd. Vanuit de overtuiging dat je daardoor beter ging spelen en meer vertrouwen kreeg in je spel. Mindere punten in je spel werden minder belicht en verbeterden toch mee. Alles tijdens de training ging over net nog iets beter worden in je kwaliteiten. Omdat je daarmee het verschil kon maken. 

De benadering uit de sport: Wil je ergens geweldig in worden, neem een coach

Hoe is de benadering uit de sport anders dan in andere sectoren? Om deze vraag te beantwoorden is er eerst een inzicht nodig in de twee benaderingen:

  1. Eén is vanuit de traditionele pedagogische benadering: Je gaat naar school, je volgt een opleiding, je oefent, je leert en studeert af. Je bent klaar voor de wereld. Je volgt een opleiding, en je gaat een vak uitvoeren, en je wordt een professional in je vak.  
  2. Een andere benadering komt uit de sport: Je bent nooit klaar, iedereen heeft een coach/trainer nodig. Als je ergens geweldig in wilt worden dan heb je een coach nodig. De beste van de wereld heeft zijn eigen coaches en trainers. Voor iedere discipline één. 

In de sport, tijdens trainingen, is het dus heel gebruikelijk om feedback te krijgen, te reflecteren op je prestaties en te observeren waar je kan verbeteren. Waar je aan de training gemiddeld 4 uur per week besteedt en aan je werk 40 uur. Wat maakt dan dat er in iets waar je 10x zoveel uur besteedt er zoveel minder ruimte is voor observatie, reflectie en ontwikkeling? 

In de eerste jaren nadat je iets nieuws begint, heb je een steile leerlijn. En deze vlakt na verloop van tijd af totdat je je niet langer verbetert. Het blijkt dat als je alles alleen doet, je je eigen obstakels op de weg niet herkent, en/of niet per se weet hoe je ze op moet lossen! Met als gevolg dat je op een gegeven moment je jezelf niet langer zal verbeteren.

Als je die tweede benadering nou vertaalt naar het bedrijfsleven, onderwijs, zorg of iedere andere sector. Dan is het toch vreemd dat er maar in weinig gevallen reflectie, feedback en support wordt gegeven op de prestaties van de professional. Waar je in de sport dagelijks of wekelijks feedback krijgt op je presteren en er aandacht is op het verbeteren van je prestaties. Is er over het algemeen op de werkvloer hier nog zo weinig aandacht voor. 

Sport: Wil je ergens geweldig in worden, neem een coach!

Waarom wordt de tweede benadering, de benadering uit de sport, niet meer overgenomen in andere sectoren? Wat maakt dat er in het onderwijs niet geregeld wordt meegekeken met een docent, om te observeren, feedback te geven en de vraag te stellen ‘wat kan je de volgende keer anders doen?’. Waarom wordt er niet veel meer geobserveerd en feedback gegeven aan medewerkers, leidinggevende of directeuren in bedrijven?

Wat doet een coach

Wat goede coaches doen, die vormen voor jou een tweede paar ogen en oren. Ze bieden jou een accurater zicht op jouw werkelijkheid. Ze ontleden je gedrag en handelingen en helpen je die weer op te bouwen. Kan je je voorstellen wat er zou gebeuren als je de benadering vanuit de sport toepast in andere sectoren? Hoe mensen zullen blijven leren en blijven verbeteren. Hoeveel meer plezier ze uit hun werk halen. Hoe betrokken mensen zullen zijn doordat er in hun geïnvesteerd wordt. De impact op klanten, leerlingen, studenten en patiënten. En hoe dit uiteindelijk het bedrijfsresultaat, het onderwijs of de zorg ten goede komt?  

Vanuit deze overtuiging, vanuit mijn WHY, ben ik coach en laat ik me coachen. Ik hou van de benadering uit de sport! Er is altijd ruimte voor groei!

*Ericsson, K. A., Krampe, R. T., & Tesch-Römer, C. (1993). The role of deliberate practice in the acquisition of expert performance. 

Deel dit artikel: E-mail LinkedIn Facebook